Manifest

Amsterdam, 14-02-2006

Het aantal componisten dat werk maakt voor dans, theater, muziektheater, film en video is de laatste decennia fors toegenomen door de explosieve toename van de beeldcultuur. 

Daarnaast is er in de loop van de tijd op basis van multimediale muziek een nieuw genre ontstaan, dat zijn eigen herkenbare esthetiek heeft gegenereerd. Daardoor is er in het muziekleven behoefte aan nieuwe structuren - ook op financieringsgebied - die tegemoet komen aan de groei, de eigen artistieke dimensie en aan het toenemend maatschappelijk belang van multimediale producties. 

Muziek, beeldcultuur en esthetiek

De beeldtechnologie eist steeds meer aandacht op. De Canadese wetenschapper Marshall McLuhan onderkende al in 1967 dat het beeld niet alleen een boodschap overbrengt, maar dat nieuwe media de inhoud van de boodschap zelf ook veranderen. Daarbij leiden deze nieuwe media ook tot nieuwe genres. Door de ontwikkeling van film en televisie complementeren muziek en beeld elkaar tot een geheel dat meer is dan de som van de afzonderlijke delen. 

Zoals de beeldcultuur de muziek als toevoeging heeft in de film, zo is ook een muziekcultuur ontstaan die beeld gebruikt. Opera en dans zijn de traditionele concepten van ‘multimediale’ muziek. Maar, zoals McLuhan zegt: “we lopen achteruit kijkend de toekomst in”. Nieuwe technologische mogelijkheden worden dus in eerste instantie ouderwets gebruikt. De snelle ontwikkelingen in internet, dvd en surroundgeluid bijvoorbeeld, zijn daarom nog nauwelijks op hun nieuwe artistieke en muzikale mogelijkheden verkend. 

Met “multimediale” muziek wordt een begrip aangeduid waarbij het beeld zich van muziek bedient om het door haar beoogde doel te bereiken en de bedoelde effecten te sorteren. Maar de krachten en expressie die door muziek worden gedragen blijken meerdere doelen te kunnen dienen. Op die wijze is er een muziekcultuur is ontstaan die het beeld gebruikt voor haar eigen doeleinden in plaats van dat zij zich laat gebruiken voor het omgekeerde. Voorbeelden hiervan zijn Stravinsky’s balletmuziek als “l’Oiseau de Feu” en “Le Sacre du Printemps”, Ravel met het ballet Daphnis et Chloe”, de theatermuziek van Kurt Weill, Edgar Varèse met “Poème Electronique” en meer recentelijk bij de filmmuziek van Morricone en John Williams alsook van diverse Nederlandse componisten. 

Zo is in de loop van de tijd een nieuw genre ontstaan, dat voor de luisteraar zijn eigen herkenbare esthetiek heeft gegenereerd en in die zin artistiek onafhankelijk is geworden. De multimediale muziek is volwassen geworden, en kan niet langer beschouwd worden als een noodzakelijk aanhangsel van het beeld. Vaak neemt de muziek het voortouw en zorgt voor tastbare meerwaarde in het multimediale product. Het Muziekinstituut MultiMedia wil deze tastbare meerwaarde onder de aandacht brengen.

Deze stand van zaken vraagt om een herbezinning op de structuren in het muziekveld. Wil de ontwikkeling in de kunst gelijke tred houden met de technologische en (cultuurpolitieke) maatschappelijke ontwikkelingen, dan zal voor de financiering telkens opnieuw een standpunt moeten worden ingenomen. Voor multimediale muziek – muziek die gecomponeerd is met de bedoeling samen te vloeien met andere kunstvormen – bestaan nog geen structuren. Tegelijk groeit het aantal componisten dat binnen de context van meer dan een discipline componeert. 

Een Muziekinstituut voor MultiMedia 

Het Muziekinstituut MultiMedia stelt zich ten doel om de positie van het muziekaandeel in multidisciplinaire producties te verstevigen. De huidige situatie is dat dit aandeel bij producties voor theater en dans bijna altijd gefinancierd wordt uit het budget voor andere disciplines zoals theater en dans. 

Onlangs is een nieuwe en breed gevoerde dialoog op gang gekomen binnen het circuit van componisten voor multimedia. Er is besloten een Muziekinstituut MultiMedia in het leven te roepen, dat zich ten doel stelt om de culturele component en de zichtbaarheid van het vakgebied te versterken. Deze zichtbaarheid gaat soms schuil onder het primaat van het beeld in de samenwerkende disciplines. 

De zichtbaarheid van de sector kan worden vergroot: 

  • door promotionele activiteiten die ten doel hebben de multimediale muziek onder de aandacht van een groter publiek te brengen, bijvoorbeeld door te ijveren voor meer radiouitzendingen. De nieuwe muziek van de multimedia laat zich veel beter in muziekprogramma’s van allerlei aard plaatsen dan de meeste programmamakers menen.
  • door het organiseren van een jaarlijkse manifestatie gewijd aan multimediale muziek
  • door het instellen van een jaarlijkse prijs voor multimediale muziek, waardoor componisten extra worden uitgedaagd kwaliteit na te streven.

Door de explosieve ontwikkeling van de beeldcultuur neemt de maatschappelijke behoefte aan multimediale producties navenant toe. Het muziekaandeel hiervan is, zoals gezegd, traditioneel steeds afhankelijk geweest van budgetten voor de theater- en dansdisciplines. Verandering van verouderde structuren in het muziekleven, die geen reguliere financiering voor nieuwe muziek in multidisciplinaire context toelaten, is noodzakelijk.

Brede steun 

Het initiatief voor het nieuwe Muziekinstituut MultiMedia ondervindt brede ondersteuning in de  sectoren waarmee de multimediale componist samenwerkt: film, dans, theater, video, televisie, beeldende kunst etc.